Word lid
Coalitiepartij CDA keert zich tegen gevreesde box 3-wet: zo ziet stemverhouding Senaat er momenteel uit
Niels Koerts
18 Jun 2026 · 08:45
Columns

Coalitiepartij CDA keert zich tegen gevreesde box 3-wet: zo ziet stemverhouding Senaat er momenteel uit

Headlines:

  • Officiële debat in senaat over box 3-wet vindt plaats op 30 juni
  • Senaatsfractie CDA keert zich tegen de wet
  • Wij tellen 31 zetels vóór en 31 zetels tegen de wet
  • VVD heeft de beslissende stem in handen
  • Raad voor de Rechtspraak zeer kritisch op box 3-wet.

Rottend vlees leg je ook niet in de koelkast in de hoop dat het ooit lekker gaat ruiken. 50PLUS-senator Martin van Rooijen liet er dinsdag tijdens de commissievergadering van de Eerste Kamer geen misverstand over bestaan: de Wet Werkelijk Rendement moet zo snel mogelijk van tafel.

Er valt goed nieuws te melden, want in zijn strijd tegen de nieuwe box 3-wet krijgt hij toch enigszins verrassend steun van coalitiepartij CDA. Senator Bakker-Klein zei dat ze tegen een vermogensbelasting is en het voorstel van 50PLUS steunt om al op 30 juni te debatteren en een week later over de wet te stemmen. Deze draai van het CDA kan ertoe leiden dat de Wet Werkelijk Rendement de prullenbak gaat.

Tegenstanders nieuwe box 3 willen de wet zo snel mogelijk in stemming brengen

Hoewel het officiële debat over de Wet Werkelijk Rendement nog moet plaatsvinden in de Eerste Kamer, kunnen we al wel een inschatting maken van welke partijen voorstander zijn van de wet, welke partijen tegen zijn en welke partijen nog twijfelen.

Dinsdag werd in de commissievergadering overigens alleen besloten wanneer het debat zou plaatsvinden. Toch was het een interessant schouwspel. De partijen die fel tegenstander zijn van de wet willen het debat op 30 juni laten plaatsvinden en daar een week later over stemmen. Dit heeft een politieke reden. Als de stemming vóór het zomerreces plaatsvindt, dan weten deze partijen dat een meerderheid zal stemmen tegen de wet.

Debat vindt plaats op 30 juni, stemming onzeker

Het kabinet werkt momenteel aan een novelle ter verbetering van de Wet Werkelijk Rendement. Daarbij gaat het onder andere om de invoering van een achterwaartse verliesverrekening en een fiscale uitzondering voor start- en scale-ups. Als de stemming plaatsvindt voor het zomerreces, dan zit deze novelle er nog niet bij en dan is het vrijwel zeker dat de VVD tegen de wet zal stemmen.

Als de stemming echter wordt uitgesteld tot bijvoorbeeld december, zit deze novelle er naar verwachting wel bij en is de kans dat de VVD voor de wet stemt een stuk groter. Nu het CDA zich publiekelijk tegen de wet heeft gekeerd, heeft de VVD ineens een sleutelpositie. Hierover verderop in het artikel meer.

Het goede nieuws is dat er een meerderheid van de Senaat wil dat het debat plaatsvindt op 30 juni. Het slechte nieuws is echter dat er geen meerderheid lijkt te zijn om de stemming te laten plaatsvinden voor het zomerreces. Als daar wel een meerderheid voor was geweest, zouden we zeker weten dat de Wet Werkelijk Rendement de prullenbak in gaat. Nu blijft alles nog onzeker.

Voor- en tegenstanders in evenwicht

Het is echter wel zeker dat alle linkse partijen voor de wet zullen stemmen. Met name PRO en de SP zijn grote voorstanders van een vermogensaanwasbelasting. Zij zien een vermogensaanwasbelasting als de snelste manier om mensen met vermogen te belasten. Of het ook de meest rechtvaardige manier is, is op zijn zachtst gezegd een ander verhaal. In januari legden we de belangrijkste pijnpunten van deze wet bloot. D66 is kritischer, maar wij verwachten dat de sociaal-liberalen het kabinet niet voor de voeten willen lopen en daarom voor de wet stemmen.

De rechtse partijen zien de wet daarentegen totaal niet zitten. BBB, JA21, PVV en FVD hebben duidelijk aangegeven de nieuwe box 3-wet niet te zullen steunen. Sinds deze week mogen we het CDA aan dit rijtje toevoegen. Wij komen daarmee uit op 31 zetels voor de wet en 31 zetels tegen de wet.

Voor een meerderheid zijn 38 Senaatzetels nodig en dat betekent dat de VVD met haar 9 zetels het verschil gaat maken. Uit de commissievergadering blijkt dat de Senaatsfractie van de VVD grote twijfels heeft over de wet. De liberalen zijn tegen een vermogensaanwasbelasting, maar willen eveneens niet dat uitstel van de wet leidt tot een miljardentekort op de begroting.

Schatting zetelverdeling politieke partijen ten aanzien van de Wet Werkelijk Rendement
Schatting zetelverdeling politieke partijen ten aanzien van de Wet Werkelijk Rendement. Bron: StockWatch

CDA legt de druk volledig op de VVD

Omdat het CDA impliciet heeft aangegeven tegen de wet te zullen stemmen, ligt de druk volledig bij de VVD. De liberalen zitten met de wet in de maag. Vooral de middenklasse wordt door de wet geraakt en juist die groep vormt een belangrijke achterban van de VVD.

Hier staat tegenover dat de liberalen een sluitende begroting zeer belangrijk vinden. Als de Wet Werkelijk Rendement in de Eerste Kamer wordt weggestemd, ontstaat er een gat in de begroting van circa €2,4 miljard per jaar. Probeer daar met een minderheidscoalitie maar dekking voor te vinden. Dat is een bijzonder lastige opgave.

Juridische risico’s

Daarnaast kleven er volgens de Raad voor de rechtspraak allerlei juridische risico’s aan de Wet Werkelijk Rendement. In een brief aan staatssecretaris Eelco Eerenberg op 27 mei zei de Raad het volgende over het wetsvoorstel fiscale stimulering start-ups en scale-ups, dat onderdeel wordt van de Wet Werkelijk Rendement:

Hoewel in het nieuwe stelsel een vermogensaanwasbelasting de hoofdregel is, worden hierop diverse uitzonderingen gemaakt. Voor onroerende zaken en start-ups en scale-ups geldt een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat deze vermogensbestanddelen fiscaal anders worden behandeld en dat eigenaars van deze vermogensbestanddelen kunnen profiteren van het uitstellen van belastingheffing. De Raad vraagt zich af of het verschil in fiscale behandeling te rechtvaardigen is en verwacht dat hier juridische geschillen over zullen ontstaan.Zo kunnen bijvoorbeeld houders van aandelen stellen dat er strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat zij wel over de vermogensaanwas in de belastingheffing worden betrokken en aandeelhouders van startups/scale-ups niet.De Raad is van oordeel dat een hybride vermogensbelasting vatbaar is voor juridische discussie en vraagt zich af of het verschil in fiscale behandeling te rechtvaardigen is. Verder wil de Raad nogmaals naar voren brengen dat het nieuwe box 3-stelsel aanzienlijk complexer is dan het huidige stelsel. Met het wetsvoorstel verwacht de Raad daarnaast een substantiële verzwaring van de werklast.

Conclusie

Het moge duidelijk zijn dat de Wet Werkelijk Rendement een bijzonder slechte wet is. Het belasten van ongerealiseerde rendementen is niet alleen onrechtvaardig, maar ook juridisch twijfelachtig. In principe is dit een wet die senatoren van een ondernemerspartij vrij gemakkelijk wegstemmen.

De VVD zit echter in de coalitie en wij vrezen dat de Senaatsfractie door minister van Financiën Eelco Heijnen onder druk zal worden gezet om toch vóór de wet te stemmen. Of de Senaatsfractie van de VVD voor de druk zal bezwijken, valt lastig in te schatten.

Nu de Senaatsfractie van het CDA afstand heeft genomen van haar fractie in de Tweede Kamer is het voor de VVD gemakkelijker om eveneens af te wijken. Het is alleen lastig in te schatten of de VVD-senatoren de moed hebben om Heijnen voor de voeten te lopen en hem achter te laten met een gat van €2,4 miljard. Wat voor ons wel duidelijk is, is dat de stemming wordt uitgesteld en dus niet gaat plaatsvinden voor het zomerreces. Wij gaan uit van een stemming in december. Kortom: wordt vervolgd.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel een vraag? Stuur dan een mail naar redactie@stockwatch.nl. Wij doen ons best om deze zo snel mogelijk te beantwoorden